News Trending

Op-art

Victor Vasarely voor twee van zijn schilderijen. © 2014 Artists Rights Society (ARS ), New York / ADAGP , Paris.
1963 tot 1966

Op-art is een richting in de schilderkunst van de 20e eeuw die bekend werd in de jaren 1963-1966. De term is een afkorting van het Engelse begrip optical art. Op-art speelt een spel met verschillende optische illusies.

De werkwijze binnen deze kunststroming ontstond uit de geometrische abstracte kunst en wordt soms gerelateerd aan de kinetische kunst uit dezelfde tijd, die echter veeleer een stroming in de beeldhouwkunst is. Op-art is een zeer toegankelijke kunstvorm; ook minder ervaren kunstkijkers worden er direct door aangesproken. De kunstenaars die gerekend worden tot de op-art maakten schilderijen met sterke licht-donker contrasten, vibrerende kleuren, moiré-patronen en composities die tijdens het kijken lijken te gaan bewegen.

Door in te spelen op de beweging en het gedrag van de waarnemer is op-art een erg interactieve kunstvorm. De waarnemer en het kunstwerk bepalen zelf de waarneming. Door deze basiseigenschap, zet de kunst zich een stuk af tegen de klassieke schilderkunst. Op-art wordt vaak in de context van ZERO en kinetische kunst gepresenteerd.

De basis voor de op-art werd gelegd door de Pools-Franse schilder Henryk Berlewi die samen met El Lissitzky en Kasimir Malewitsj deel uitmakte van de suprematistische Proun-groep, die tussen 1922 en 1924 in Berlijn de theorie uitwerkte van zijn Mechano-Faktura. Hij maakte daarvoor ruimte voor een aantal Franse abstracte kunstenaars, die kort voor de Tweede Wereldoorlog experimenteerden met optische fenomenen, die ze gebruikten om niet-verhalende, niet-perspectivische composities samen te stellen. Met geometrische vlakken, transparante kleurlagen en overlappingen creëerden zij indrukken van vibratie, pulserend licht, en andere spontane optische sensaties.

Na de bevrijding van Parijs, in 1944, werd de galerie van Denise René opgericht. Daarbij werkden een aantal kunstenaars gegroepeerd rond de Hongaarse schilder Victor Vasarely. Zijn werk is van alle op-artkunstenaars het bekendst geworden.

De term op-art werd echter pas voor het eerst genoemd in oktober 1964 in Time Magazine en werd pas volledig gedefinieerd door R.H. Carraher en J. Thurston in hun studie Optical Illusions and the Visual Arts, uit 1966. Men deed daarbij beroep op het theoretische werk Interaction of colors, uit 1963, van professor Josef Albers.

Vanaf ongeveer 1963 nam de op-art een grote vlucht. Veel van deze kunstenaars namen in 1965 deel aan de tentoonstelling The Responsive Eye in het Museum of Modern Art in New York City. Na deze tentoonstelling vond de op-art een grote internationale aansluiting die zelfs in de modewereld doordrong

Elementen van de op-art vonden parallellen in de psychedelische kunst, in de kinetische kunst, in de hard-edge en in de minimal art.

Frank Stalla - Black Series II, lithografie 1967
Carlos Cruz-Diez in zijn studio in Parijs - foto: Rafael Navarro